8 may. 2008

Venezuela zoekt een weg naar een socialistische toekomst


David Velásquez, minister van Volksmacht voor Participatie en Sociale Steun en lid van de PCV.



De kwestie van de betekenis van de communistische partij is er niet slechts een van theoretische aard. In het politieke proces van Venezuela is zij een thema met een praktische actualiteit. Het thema komt in de vorm van een vraag op ons af, de vraag waarom de CPV zich niet aangesloten heeft bij de PSUV. Tot de vorming hiervan had de president van de Bolivariaanse Republiek Venezuela, Hugo Chávez Frias, opgeroepen.

Er waren zelfs mensen die meenden dat de CPV in dit proces zou verdwijnen en tot niets teruggebracht zou worden indien zij dit niet zou doen, aangezien de strijd om het socialisme 'in handen van de PSUV' zou blijven. Dat lijkt een logisch argument te zijn, maar volgens mij is het dat niet. Want de CPV strijdt voor het socialisme en zal daarvoor blijven strijden, onafhankelijk van wat de positie van de PSUV is of welke andere kracht dan ook die de verandering en liquidatie van het kapitalisme nastreeft.

Voor communisten betekent het socialisme een etappe in de overgang naar een rechtvaardiger samenleving. Deze is - in onze optie - het communisme. Daarom zijn wij communisten de taaiste en meest vastberaden strijders voor het socialisme. Het socialisme bereiken en het op te bouwen brengt ons doel dichterbij, namelijk de opbouw van een maatschappij die nog vooruitstrevender is dan de socialistische organisatie, te weten het communisme, de communistische maatschappij-orde. Plastisch uitgedrukt: onze strijd voor het communisme vergt een voorafgaande etappe: het socialisme.

In het socialisme is de organisatie van de productie, die zorgt voor de sociale herverdeling van al wat geproduceerd wordt, aldus te formuleren: "Iedereen (die voor de maatschappij produceert) naar vermogen, aan iedereen volgens zijn arbeid (vergoeding van zijn arbeid)", d.w.z. in de mate wat hij heeft opgeleverd of geproduceerd. Dat is het fundament voor de opbouw van een socialistische maatschappij. In het communisme gaat de basisformule verder, te weten: "Iedereen (die produceert) naar vermogen, aan iedereen volgens naar behoefte." Dat veronderstelt een hogere ontwikkeling van de maatschappij en de productiviteit, waardoor het mogelijk wordt te voldoen aan de behoeften van de gemeenschap.

Om verder te komen in de eerste fase, het socialisme, heeft men een voorwaarde nodig: de liquidatie van het privé-eigendom van de productiemiddelen. In het kapitalisme is het privé-eigendom van de productiemiddelen overheersend. De arbeiders verkopen hun arbeidskracht en vaardigheden, waarvoor zij door de bezitters van de productiemiddelen betaald worden met een deel van het geproduceerde via het loon. Het resterende is de meerwaarde die de bezitter van de productiemiddelen zich toe-eigent en dat het fundament vormt voor de toename van zijn welvaart. Hierop is de kapitalistische maatschappij gebaseerd.

Degenen die de productiemiddelen bezitten gaan hand in hand om deze maatschappij-ordening te verdedigen. Die ordening maakt het voor hen mogelijk zich te verrijken.

En degenen die uitgebuit worden zoeken aaneensluiting om zich tegen deze uitbuiting te verdedigen en voor een andere maatschappij-orde te strijden, één waarin zij niet meer uitgebuit zullen worden.

De uitbuiters staan ook bekend als de burgerlijke sociale klasse, de bourgeoisie, die haar belangen verdedigt en wil dat de zaken blijven zoals ze zijn. En degenen die werken en uitgebuit worden vormen de arbeidersklasse, het proletariaat. Zij willen dat het privé-eigendom, de uitbuiting en het kapitalisme verdwijnen.

Beider klassenbelangen zijn antagonistisch (onoplosbaar tegengesteld, nvdr) en daarom bestrijden zij elkaar, in eerste instantie om de regeringsmacht, om de totale maatschappij te overheersen. Dit verstaat men onder het begrip klassenstrijd en precies dat zien wij marxisten-leninisten als de motor van de geschiedenis. Want niet het marxisme-leninisme, doch de klassenstrijd is de motor van de geschiedenis.

Het marxisme-leninisme, zijn theoretische formuleringen, is slechts een werktuig voor de interpretatie van zich veranderende realiteiten. Een instrument voor de interpretatie en oriëntatie van de strijd, voor de studie van de klassenstrijd op een bepaald historisch moment. Daarom komt het niet in de plaats van de klassenstrijd als de historische motor. Want precies dat is het marxisme-leninisme: een diepgaand door de geschiedenis beïnvloed instrument, dat - gebaseerd op de dialectiek - zijn voortdurende vernieuwing mogelijk maakt.

Marx benutte dit instrument in zijn tijd met de toen vigerende voorwaarden. Ook Lenin paste het toe op de toen heersende omstandigheden. En tegenwoordig helpt het communistische partijen overal ter wereld als wegwijzer voor het onderzoek van de economische en maatschappelijke voorwaarden, de ontwikkeling van de klassenstrijd en de formulering van de klassenstrijd en de verdieping van de belangen die van de politiek van de werkende klasse uitgaan, in het belang van de directe strijd van het proletariaat in elk land en met het perspectief op de ontwikkeling van het socialisme naar het communisme.

Daarom kan men niet van het marxisme-leninisme als een 'dogma' spreken, net zomin als men van 'dogmatici' kan spreken of dat het marxisme-leninisme 'verleden tijd' zou zijn.

Het marxisme-leninisme is geen verleden tijd; het vernieuwt zich, het brengt zichzelf op de laatste stand, het wordt voortdurend conform de gegeven omstandigheden toegepast. En van hieruit vertrekkend kiezen wij marxisten-leninisten partij voor de proletarische strijd tegen het kapitalisme. Wij zijn tegen alle vormen van kapitalisme en tegen alle maatschappijvormen die het kapitalisme voortbrengen.

Wanneer, zoals gesteld werd, de nieuwe partij PSUV "niet het vaandel van het marxisme-leninisme op wil nemen", omdat dit dogmatisch zou zijn, omdat dit verleden tijd zou zijn, dan kan dit niet zomaar opgelegd worden. Deze fundering zou wetenschappelijk bewezen moeten worden. En dit heeft nog niemand gedaan. En dit zal men ook niet kunnen, omdat het marxisme-leninisme noch verleden tijd noch dogmatisch is.

Als de nieuwe partij PSUV het marxisme-leninisme niet aanneemt, niet wil toepassen, als zij haar uitsluit, dan is dit de aangelegenheid van degenen die deze partij vormen. Er is overigens herhaaldelijk gezegd dat de theoretische, politieke en organisatorische oriëntaties, horizontaal en collectief, besproken en goedgekeurd zullen moeten worden door de kandidaatleden. Die kandidaatleden zouden dan volwaardig lid moeten worden tijdens de brede groepsvergaderingen, waarin ze tevens collectief de theoretisch-doctrinaire oriëntaties, de politieke en vakbondslijn enz., de statuten, organisatie en werking van de nieuwe partij moeten kunnen bespreken en goedkeuren. Dit isechter niet gebeurd. Dat betekent dat de aangekondigde collectieve reflectie en discussie nog niet hebben plaatsgevonden.

In elk geval werd de CPV herhaaldelijk opgeroepen om zich te ontbinden en aan te sluiten bij de PSUV. Was het daarom, om ons vervolgens te komen vertellen dat we onze communistische en marxistisch-leninistische identiteit zonder meer moesten laten varen? In werkelijkheid bewijst dit nu juist de noodzaak van het bestaan van de CPV, als partij van de arbeidersklasse, van het Venezolaanse proletariaat, als waarborg dat het marxisme-leninisme nog gebruikt wordt om richting te geven aan de klassenstrijd. Het onderstreept eveneens de noodzaak van een ideologische, politieke en organisatorische versterking. Om een grote PCV op te bouwen die alle obstakels overwint.

Vandaag bespreken en actualiseren wij dit thema, verwijzend naar de toespraak van president Chávez op 3 januari 2008, waarin hij, na één jaar, op zelfkritische wijze, de betekenis van de PCV erkent en de noodzaak inziet om opnieuw de Patriottische Pool op te bouwen als alliantie tussen de PSUV en de PCV.

Bron: JungeWelt, 12-01-2008, vertaling Leo Schuwirth.

(*) Carolus Wimmer is lid van het Politieke Bureau van de Communistische Partij van Venezuela, secretaris voor internationale betrekkingen en afgevaardigde in het Latijns-Amerikaanse parlement.