22 nov. 2008

Enkele meetbare fenomenen van het “Chávez populisme”


Chávez: tien en een halve overwinning
José Steinsleger, La Jornada

Met vrijheidsgaranties voor de oppositie (iets wat iedere onbevooroordeelde observator zou kwalificeren als “ongebruikelijk”), zal aanstaande zondag het volk van Venezuela zich naar de stembussen begeven.
Deze keer, om bestuurders en burgermeesters te kiezen.
Als de prognoses gelijk krijgen, dan zal de Bolivariaanse revolutie opnieuw imponeren tijdens de verkiezingen. Verschillende opiniepijlers voorspellen dat de Partij van de Verenigde Socialisten (PSUV) 21 van de 23 nationale bestuurders en 329 burgermeesters van het land (67 procent) zal verkrijgen.
Drie presidentiële verkiezingen (1998, 2000, 2006); drie constitutionele referenda (twee in 1999, 1 in 2004); twee parlementaire verkiezingen (1999, 2005); twee gemeentelijke en parochiale (2000, 2005), en één meer, regionaal (2004). Hugo Chávez verloor alleen het referendum over de constitutionele aanpassing (december 2007).
Tien jaar echte democratie, en elf opeenvolgende electorale overwinningen, inclusief diegene die werd verloren door het minieme verschil. Netto resultaat: 10 en een halve overwinning. Wat is het verborgen mysterie van die massale ondersteuning die Chavez en zijn regering ontvangen?
We bekijken enkele indicatoren die sommigen “populistische chavistische metapolitiek” noemen (tijdens de periode 1998-2007, officiële data).
* Extreme armoede: afgenomen van 20,3 naar 9,4 procent.
* Algemene armoede: (afgenomen) van 50,4 naar 33,07
* Armoede-Rijkdom gat: van 28,1 naar 18
*Kindersterfte van 21,4 naar 13,9 voor elk duizend levend geborene.
* Werkloosheid van 16,06 naar 6,3
* Minimum salaris: van 100 duizend naar 614 duizend 790 (154 tot 286 dolar - het hoogste van Latijns America-, exlusief het 'cesta-ticket”, en andere voordelen die ontvangen worden door 2 miljoen 58 duizend 373 werknemers en werkneemster in de publieke en private sectoren).
*Toename van de koopkracht: 400 procent
*Gemiddelde inflatie: Regering van Jaime Lusinchi (1984-88) 22,7 %; Carlos Andres Perez (89-93) 45,3; Rafael Caldera (1994-1998 (59,4) Hugo Chávez (1999-2007) 18,4%.
* Onderwijs van 3.38 naar 5,43% (sociale investering aangaande het BNP)
* Voorschools onderwijs van 44,7 naar 60,6
* Basisonderwijs van 89,7 naar 99,5
* Voortgezet onderwijs van 27,3 naar 41
* Hoger onderwijs van 21,8 naar 30,2
* Schoolvoedsel van 252 duizend 284 naar 1 miljoen 815 duizend 977 begunstigden.
* Toegang tot internet: van 680duizend naar 4 miljoen 142 duizend 68 gebruikers.
*Gezondheid van 1,36 naar 2,25%
* Toegang tot schoon drinkwater van 80 naar 92%
*Hergebruik van gebruikt water van 62 naar 82
*Toekomstige economische situatie van het land (“veel beter”, “een beetje beter”): 50% van de ondervraagden door Latinbarometro antwoordde “veel beter”, het gemiddelde van de Latijns Amerikaanse landen zei “beetje beter” (31%).
* Huidige economische situatie (“heel goed”,“veel beter”): 52% van de Venezolanen antwoordden “heel goed”, het gemiddelde van het contintent vond “goed” voor 21%.

De Chileense opiniepijler Latinbarometro, zeker geen “Chavist”, deed een paar metingen over de “mate van tevredenheid met de democratie”. In 1998 stond Venezuela met 35 punten onder het algemeen gemiddelde. In 2007 steeg het vertrouwen tot 59%.
Wat betreft de Staat en de publieke politiek , dacht 67% van de Venezolanen dat de staat al hun problemen kon oplossen, tegen een gemiddelde van 38 % in Latijns Amerika die er hetzelfde over denkt.
In 2007 was het vertrouwen in Chávez 60%, tegen een gemiddelde van 43 punten ten aanzien van de andere regeerders in Latijns Amerika.
Een andere enquêteur, de beroemde Gallup, vroeg aan meer dan 50 duizend mensen in de wereld:" wat u betreft, gelooft u dat 2008 beter of slechter zal zijn dan 2007? " Van de 54 landen, stond Venezuela op de 5e plaats: 53 procent aan optimisten.
Dit zijn de data die verborgen worden door Sociedad Interamericana de Prensa (SIP), de Spaanse groep Prisa, en de electronische media van collectieve verruwing (CNN, Fox, Televisa, Tv Azteca, Venevisión, Tv Globo, Multimedios Clarín, etcétera).

En nu, kies één van de drie, stem:

a) Chávez is een "Tropische Mussolini", zoals een een oude schrijver zei, die zijn eigen koers vaart.

b) Chávez is een "tele-evangelische leider", zoals een minder oude schrijver zei, zonder eigen koers..

c) Chávez is een man die geliefd en gerespecteerd wordt door zijn volk, en hij is bereid om de grote veranderingen te verdedigen die in het afgelopen decenium hebben plaats gevonden.


Algunos indicadores del "populismo chavista"
Chávez: diez victorias y media

José Steinsleger, La Jornada

Con libérrimas garantías para la oposición (cosa que cualquier observador desprejuiciado calificaría de "insólitas"), el pueblo de Venezuela concurrirá a las urnas el domingo venidero. Esta vez, para elegir gobernadores y alcaldes.
Si los pronósticos aciertan, la revolución bolivariana volverá a imponerse en las urnas. Algunas firmas de encuestas pronostican que el Partido Socialista Unido de Venezuela (PSUV) conseguirá 21 de 23 gobernaciones y 329 alcaldías del país (67 por ciento).
Tres comicios presidenciales (1998, 2000, 2006); tres referendos constitucionales (dos en 1999, uno en 2004); dos elecciones parlamentarias (1999, 2005); dos municipales y parroquiales (2000, 2005), y una más, regional (2004). Hugo Chávez sólo perdió el referendo para la reforma constitucional (diciembre de 2007).
Diez años de democracia real, y 11 victorias electorales consecutivas, incluyendo la que perdió por la mínima diferencia. Total y efectivo: diez y media victorias. ¿Qué "misterios" subyacen en el masivo apoyo que reciben Chávez y el gobierno que conduce?
Revisemos algunos indicadores de lo que algunos sabios llaman "metapolítica populista chavista" (periodo 1998-2007, datos oficiales).
• Pobreza extrema: bajó de 20.3 a 9.4 por ciento.
• Pobreza general: de 50.4 a 33.07.
• Brecha riqueza-pobreza: de 28.1 a 18.
• Mortalidad infantil: de 21.4 a 13.9 por cada mil nacidos vivos.
• Desocupación: de 16.06 a 6.3.
• Salario mínimo: de 100 mil bolívares, a 614 mil 790 (154 a 286 dólares –el más alto de América Latina–, sin incluir el "cesta-ticket", y otros beneficios que reciben 2 millones 58 mil 373 trabajadores y trabajadoras de los sectores público y privado).
• Aumento del poder adquisitivo: 400 por ciento.
• Inflación promedio: gobierno de Jaime Lusinchi (1984-88) 22.7 por ciento; Carlos Andrés Pérez (1989-93) 45.3; Rafael Caldera (1994-98) 59.4; Hugo Chávez (1999-2007) 18.4 por ciento.
• Educación: de 3.38 a 5.43 por ciento (inversión social respecto del PIB).
• Educación prescolar: de 44.7 a 60.6.
• Educación básica: de 89.7 a 99.5
• Educación media y diversificada: de 27.3 a 41.
• Educación superior: de 21.8 a 30.2.
• Alimentación escolar: de 252 mil 284 a un millón 815 mil 977 beneficiarios.
• Acceso a Internet: de 680 mil a 4 millones 142 mil 68 usuarios.
• Salud: de 1.36 a 2.25 por ciento.
• Acceso al agua potable: de 80 a 92 por ciento
• Recolección de aguas servidas: de 62 a 82.
• Situación económica futura del país ("mucho mejor", "un poco mejor"): 50 por ciento de los consultados por Latinbarómetro respondió "mucho mejor", en tanto el promedio de los países latinoamericanos dijo "poco mejor" (31 por ciento).
• Situación económica actual ("muy buena", "más buena"): 52 por ciento de los venezolanos respondieron "muy buena", en tanto el promedio continental fue "buena" para 21 por ciento.
La encuestadora chilena Latinbarómetro, nada "chavista" por cierto, realizó un par de mediciones en torno al "grado de satisfacción con la democracia". En 1998, Venezuela figuraba con 35 puntos, por debajo del promedio general. En 2007, la confianza creció a 59 por ciento.
En cuanto a desempeño del Estado y políticas públicas, 67 por ciento de los venezolanos piensan que el Estado puede resolver todos sus problemas, contra un promedio de 38 por ciento que en América Latina piensa igual.
Aprobación o desaprobación de la gestión del gobierno encabezada por Chávez: 61 por ciento respondió a Latinbarómetro positivamente, por debajo de 75 alcanzado en abril de 2002, cuando el fallido golpe de Estado respaldado por Washington y Madrid.
En 2007, la confianza depositada en Chávez fue de 60 por ciento, contra un promedio de 43 puntos respecto de otros gobernantes de América Latina.
Otra encuestadora, la famosa Gallup, preguntó a más de 50 mil personas del mundo: "en lo que a usted concierne, ¿cree que 2008 será mejor o peor que 2007?" Entre 54 países, Venezuela ocupó el quinto lugar: 53 por ciento de optimistas.
Tales son los datos que ocultan la Sociedad Interamericana de Prensa (SIP), el grupo español Prisa, y los medios electrónicos de embrutecimiento colectivo (CNN, Fox, Televisa, Tv Azteca, Venevisión, Tv Globo, Multimedios Clarín, etcétera).
Y ahora, una de tres, vote usted:
a) Chávez es un "Mussolini tropical", como dijo un escritor viejito, con vuelo propio;
b) Chávez es un "caudillo tele-evangélico", como dijo un escritor menos viejito, sin vuelo propio;
c) Chávez es un hombre querido y respetado por su pueblo, y está dispuesto a defender las grandes transformaciones habidas en el decenio pasado.