20 jun. 2008

Ecuador ontkent bestaan van regionaal pact tegen Colombiaanse rebellen

QUITO, 19 juni 2008 (IPS) - Het Ecuadoraanse leger werkt niet samen met Colombiaanse en Peruaanse eenheden in de strijd tegen de Colombiaanse rebellen van de FARC. Dat zegt de Ecuadoraanse president Rafael Correa. De Peruaanse legerchef Edwin Donayre had maandag beweerd van wel.

Volgens generaal Donayre coördineren het Peruaanse, het Colombiaanse en het Ecuadoraanse leger acties tegen de FARC, “onze gemeenschappelijke vijand”. “De legerchefs van Peru, Colombia en Ecuador zijn in Lima overeengekomen dat we gemeenschappelijke acties moeten ondernemen tegen de rebellen in Colombia.” Vorige week vond er op initiatief van het Peruaanse leger inderdaad in Lima een militair topoverleg plaats tussen de drie landen. “De bijeenkomst laat zien dat we onze geschilpunten achter ons kunnen laten,” zei Donayre.

De FARC zijn de voorbije weken veel van hun internationale steun kwijtgeraakt. De Venezolaanse president Hugo Chávez, die de groep waarschijnlijk jarenlang financieel steunde, riep hen op de wapens neer te leggen. Enkele dagen geleden sloot zijn Ecuadoranse ambtsgenoot Correa zich daarbij aan. “Hun strijd heeft geen zin meer, die is helemaal verwrongen”, liet hij weten. “Als Ernesto 'Che' Guevara nog leefde, zou hij het optreden van de FARC verwerpen”. Correa riep de Colombiaanse rebellen op al hun gevangenen vrij te laten en vredesonderhandelingen aan te vatten. De FARC houden waarschijnlijk een 700-tal politici, soldaten en burgers vast.

Maar Correa verklaarde gisteren tegenover IPS dat Ecuador vasthoudt aan zijn beleid om niet betrokken te raken bij het gewapend conflict in Colombia. Het Ecuadoraanse leger neemt het volgens de president op tegen alle gewapende groepen die het Ecuadoraanse grondgebied schenden, maar het coördineert die acties niet met andere landen.

Ook Fabián Varela, de chef van het gemeenschappelijk commando van het Ecuadoraanse leger, en viceminister van Defensie Miguel Carvajal, ontkennen dat er afspraken zijn tussen Ecuador, Colombia en Peru over de strijd tegen Colombiaanse rebellen.

Wel politiesamenwerking

De ordediensten van Ecuador en Peru hebben de voorbije jaren wel degelijk samengewerkt. In mei 2005 werden verscheidene vermoedelijke FARC-leden opgepakt die in een ziekenhuis in Quito verzorgd werden. Die actie werd mee mogelijk gemaakt door informatie die de Colombiaanse inlichtingendiensten ter beschikking hadden gesteld. De Ecuadoraanse minister Mauricio Gándara had in april 2005 al toegegeven dat de Ecuadoraanse politie acties tegen Colombiaanse rebellen coördineerde met de politie van Colombia en andere landen. Het was een bevestiging van sterke vermoedens die al waren gerezen bij de arrestatie van Ricardo Palmera, alias Simón Trinidad, een onderhandelaar van de FARC. Palmera werd in januari 2004 in Quito in de boeien geslagen.

Ook het Ecuadoraanse leger zou wel eens een betere verstandhouding kunnen hebben met de buren dan algemeen wordt aangenomen. In juli 2005 bracht de Colombiaanse zender Noticias Uno al eens een bericht over militaire samenwerking tussen Colombia en Ecuador in de strijd tegen de FARC. Dat nieuws werd bevestigd door de toenmalige Colombiaanse legerleider, Reinaldo Castellanos Trujillo. Die zei dat zijn medewerkers overlegden met hoge militairen uit Ecuador, en dat Ecuadoraanse soldaten aan de grens operaties uitvoerden om te verhinderen dat Colombiaanse rebellen hun toevlucht zochten op Ecuadoraans grondgebied. Volgens Noticias Uno patrouilleerden Colombiaanse en Ecuadoraanse eenheden samen.

Een hoge Ecuadoraanse regeringsmedewerker die niet met naam wil genoemd worden, zegt dat een stroming binnen het Ecuadoraanse leger aandringt op meer samenwerking in de strijd tegen de FARC. Dat zou het voorbije jaar geleid hebben tot meer gevangennamen en acties tegen rebellenkampen. De afgelopen vier jaar werden volgens het Ecuadoraanse leger 117 kampen met de grond gelijk gemaakt. Sinds januari 2007 waren dat er 47.

Officieel blijft Ecuador erbij dat het leger niet betrokken mag worden bij de oorlog in Colombia. In maart stonden Ecuador en Colombia overigens met getrokken messen tegenover elkaar. Op 1 maart bombardeerde Colombia een rebellenkamp op Ecuadoraanse bodem. Daarbij kwamen 26 mensen om, ook de nummer twee van de FARC, Raúl Reyes. Quito verbrak daarop de diplomatieke relaties met Bogotá en versterkte zijn troepen in het grensgebied.

VS willen schoon schip in Centraal-Amerika

TEGUCIGALPA, 17 juni 2008 (IPS) - Drugssmokkel, migratie, criminaliteit en zelfs een Iraanse aanwezigheid in Centraal-Amerika baren Washington zorgen. De Amerikaanse onderminister van Buitenlandse Zaken John Negroponte bezocht El Salvador, Guatemala en Honduras, de “Noordelijke Driehoek”, om over die bezorgdheid te praten.

Op zijn rondreis door de driehoek, de drie landen net ten zuiden van Mexico, had Negroponte ontmoetingen met regeringsleiders en met leidende figuren uit de industrie en het middenveld. De landen vormen een belangrijke drugscorridor tussen Zuid- en Noord-Amerika.

Een rapport van de Amerikaanse Drug Enforcement Administration (DEA) concludeerde in 2005 dat Mexico en Centraal-Amerika “de belangrijkste transitzone voor drugs vanuit Latijns-Amerika naar de VS zullen blijven in de nabije toekomst.”

Het voegde daaraan toe dat de landen lijden onder “zwakke economieën” en een slecht getrainde en betaalde politiemacht, met uitzondering van Costa Rica en Panama. Politieambtenaren worden daardoor een makkelijke prooi voor omkoping. Het voorbije jaar waren er aanhoudende geruchten dat drugsbaronnen als Joaquín "El Chapo" Guzmán zich ongestoord konden verplaatsen in de regio.
Banden met het FARC

Maar Negroponte kwam niet enkel over drugs praten. In elk land van de Noordelijke Driehoek maken de VS zich ook nog over andere thema’s zorgen. In El Salvador uitte de Amerikaanse onderminister zijn bezorgdheid over de mogelijke banden tussen de Colombiaanse rebellenbeweging FARC en de Farabundo Martí Nationale Bevrijdingsfront (FMLN), een voormalige Salvadoraanse rebellengroep die nu oppositiepartij is maar een goede kans maakt om de verkiezingen in 2009 te winnen.

Negroponte baseert zijn beschuldiging op informatie die afkomstig is van laptops die in beslag genomen zijn in een FARC-kamp in Ecuador. FMLN-woordvoerder Sigfrido Reyes ontkende de beschuldiging, die volgens hem deel uitmaakt van een “vuile oorlog” van de rechtse regeringspartij ARENA, die bang is de verkiezingen te verliezen.

De FARC-laptops werden ook gebruikt door de Colombiaanse en Amerikaanse regeringen om de Venezolaanse president Hugo Chávez en de Ecuadoraanse president Rafael Correa te beschuldigen van banden met de linkse guerrilla in Colombia.
Iraanse aanwezigheid

Negroponte waarschuwde ook voor de Iraanse aanwezigheid in Centraal-America. Iran opende een diplomatieke missie in Nicaragua in januari 2007, nadat President Daniel Ortega er aan de macht kwam. De VS zullen alle Iraanse activiteiten van dichtbij volgen, zei Negroponte, die nogmaals benadrukte dat Iran één van de grootste sponsors is van extreme islamitische groepen in het Midden-Oosten.

In Guatemala legde Negroponte vooral de nadruk op een grote operatie tegen de drugshandel, waarbij de VS over drie jaar 450 miljoen dollar gaan investeren in Mexico en Latijns-Amerika om de veiligheidsdiensten en het juridisch systeem te versterken. Maar hij had het met president Álvaro Colom ook over de vrijmaking van de handel en over migratie.
In Honduras sprak hij vooral over de georganiseerde misdaad en de infiltratie ervan in de politiek. Hij waarschuwde dat de harde aanpak van de drugskartels in Mexico en Colombia de drugsbaronnen naar Centraal-Amerika gedreven hebben.

Open brief van president Evo Morales

Op 10 juni zond president Evo Morales van Bolivia de volgende open brief aan de Europese regeringsleiders naar aanleiding van de nieuwe Europese terugkeerrichtlijn voor illegale immigranten. Evo Morales werd einde 2006 verkozen als eerste president van inheemse origine van een land met een tragische kolonisatiegeschiedenis en met een huidige niet aflatende emigratie naar Europa.

Tot aan het einde van de Tweede Wereldoorlog is Europa steeds een emigratiecontinent geweest. Tientallen miljoenen Europeanen trokken naar Amerika om te ontsnappen aan hongersnoden, financiële crisissen, oorlogen, totalitaire regimes en de vervolging van etnische minderheden.

Vandaag de dag volg ik met bezorgdheid het goedkeuringsproces van de zogenoemde terugkeerrichtlijn. De tekst, die op 5 juni door de ministers van binnenlandse zaken van de 27 EU-lidstaten bekrachtigd werd, dient op 18 juni ter stemming voorgelegd te worden aan het Europese Parlement. Ik betreur dat de aanhoudings- en uitwijzingsvoorwaarden voor migranten zonder papieren op drastische wijze verhard worden, zonder ook maar in het minst rekening te houden met de verblijfsduur in de EU, de arbeidssituatie, de familiebanden of de bereidheid en inspanning tot integratie.

De Europeanen arriveerden destijds in grote getale in de landen van Latijns- en Noord Amerika, zonder visum of restricties opgelegd door de lokale autoriteiten. Ze waren altijd welkom, en zijn dit nog altijd, in onze landen van het Amerikaanse continent dat hierdoor de Europese economische miserie en politieke crisissen opving. Men kwam naar ons continent om haar rijkdommen te exploiteren en deze door te sluizen naar Europa, met een hoge kost voor de inheemse bevolking van Amerika als gevolg. Neem het voorbeeld van onze Cerro Rico (Rijke Berg) te Potosi met zijn fabuleuse zilvermijnen waarvan de rijkdom de geldvoorraad op het Europese continent omvang gaf van de 16de tot 19de eeuw. De immigrant als individu met zijn bezittingen en rechten werd steeds gerespecteerd.

De Europese Unie is vandaag de belangrijkste bestemming voor immigranten van de hele wereld omwille van haar positief imago als oord van voorspoed en openbare vrijheid. De grote meerderheid van de immigranten komen naar de EU om bij te dragen tot die voorspoed en niet om ervan te profiteren. Ze nemen arbeidsplaatsen in bij openbare werken, in de bouw en in de dienstverlening aan personen en hospitalen, jobs die de Europeanen niet kunnen of willen uitvoeren. Ze dragen bij tot de demografische dynamiek op het Europese continent, tot het instand houden van de verhouding tussen actieven en niet actieven waardoor de genereuze sociale zekerheidssystemen mogelijk blijven, en vitalizeren de interne markt en de sociale cohesie. De immigranten bieden een oplossing voor de demografische en financiële problemen binnen de EU.

Voor ons vertegenwoordigen onze migranten de ontwikkelingshulp die de Europeanen ons niet geven, aangezien maar weinig landen voldoen aan de minimum doelstelling voor ontwikkelingshulp van 0,7% van hun BBP. Latijns-Amerika ontving in 2006 68.000 miljoen dollar via overschrijvingen van migranten, wat meer is dan het totaal aan buitenlandse investeringen in onze landen. Op wereldschaal bereiken de transfers van migranten 300.000 miljoen dollar, een bedrag dat de 104.000 miljoen dollar aan ontwikkelingshulp overtreft. Mijn land, Bolivia, ontvangt meer dan 10% van zijn BBP in de vorm van deze transfers (1.100 miljoen dollar), qua omvang equivalent aan een derde van onze jaarlijkse aardgasexport.

De migratiestromen zijn voordelig voor de Europeanen en slechts in mindere mate voor ons uit de Derde Wereld gezien wij miljoenen van onze gekwalificeerde arbeidskrachten verliezen; personen waarin onze overheden, ondanks hun armoede, op één of andere manier menselijk en financieel kapitaal geïnvesteerd hebben.

Spijtig genoeg, wordt deze realiteit in zeer hoge mate bemoeilijkt door het project van de “terugkeerrichtlijn”. Indien we onderkennen dat elke Staat of groep van Staten zijn migratiebeleid in alle souvereniteit kan bepalen, kunnen we niet aanvaarden dat fundamentele rechten van personen zouden geweigerd worden aan onze landgenoten en broeders uit Latijns-Amerika. De “terugkeerrichtlijn” voorziet in de mogelijkheid om migranten zonder papieren op te sluiten gedurende 18 maanden vóór hun uitwijzing, of “verwijdering” zoals het door de richtlijn genoemd wordt. 18 maanden! Zonder proces of rechtspraak! Het huidige tekstvoorstel van de richtlijn schendt duidelijk artikels 2, 3, 5, 6, 7, 8 en 9 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens uit 1948. In bijzonder het artikel 13 schrijft voor

“1. Een ieder heeft het recht zich vrijelijk te verplaatsen en te vertoeven binnen de grenzen van elke Staat.

2. Een ieder heeft het recht welk land ook, met inbegrip van het zijne, te verlaten en naar zijn land terug te keren”.

En erger nog, de richtlijn opent de deur voor het opsluiten van moeders met kinderen en minderjarigen, zonder rekening te houden met hun familie- en schoolsituatie, in gesloten centra waar depressie’s, hongerstakingen en zelfmoorden voorkomen. Hoe kunnen we zonder de minste reactie accepteren dat landgenoten en Latijns-Amerikaanse broeders zonder documenten zouden worden samengepakt in deze centra, terwijl de overgrote meerderheid van hen al jarenlang aan het werk is en zich heeft geïntegreerd? Aan welke kant staat vandaag de plicht tot humanitair interventie? Waar is de vrijheid van beweging, de bescherming tegen willekeurige opsluiting?

Tegelijk probeert de Europese Unie de Gemeenschap van Andesnaties (bestaande uit Bolivia, Colombia, Ecuador en Peru) te overtuigen een Associatie-akkoord te ondertekenen dat in zijn derde pijler een Vrijhandelsakkoord bevat van dezelfde aard en inhoud als diegene die de Verenigde Staten opleggen. We staan onder immense druk van de Europese Commissie om uiterst liberalizerende voorwaarden voor handel, financiële diensten, intelectuele eigendom en onze openbare diensten te aanvaarden.

Bovendien worden we uit naam van de juridische bescherming onder druk gezet vanwege de nationalisatie van de water-, gas- en telecommunicatiesector, gerealizeerd op de Dag van de Arbeid. Ik stel bij deze de vraag ‘Waar is de juridische zekerheid voor onze vrouwen, adolescenten, kinderen en arbeiders die betere oorden opzochten in Europa?’

Het promoten van vrije circulatie van goederen en kapitaal terwijl aan de andere kant onze broeders, die enkel probeerden zich vrij te verplaatsen, zonder proces worden opgesloten: dat is het ontkennen van de fundamenten van vrijheid en van de democratische rechten.

Onder deze voorwaarden, wanneer de ‘terugkeerrichtlijn’ wordt goedgekeurd, zouden we omwille van ethische redenen onmogelijk de onderhandelingen met de Europese Unie kunnen voortzetten en kennen we ons het recht toe om Europese staatsburgers dezelfde visumverplichtingen op te leggen als de EU sinds april 2007 oplegt aan Boliviaanse burgers, volgens het principe van de diplomatische wederkerigheid. We hebben dit recht tot op heden niet uitgeoefend, omdat we rekenen op gunstige signalen vanuit de EU.

De wereld, haar continenten, haar oceanen en haar polen kennen belangrijke globale moeilijkheden: de opwarming van de aarde, de vervuiling, de trage maar zekere uitputting van energetische rijkdommen en biodiversiteit. Tegelijk nemen honger en armoede toe in alle landen en verzwakken zo onze samenlevingen. Om de migranten, zij het met of zonder papieren, hiervan tot zondebok te maken biedt geen enkele oplossing en weerspiegelt geen enkele realiteit. De problematiek van sociale cohesie waar Europa mee te kampen heeft is niet de schuld van de migranten maar is wel het resultaat van een ontwikkelingsmodel, opgelegd door het Noorden, dat de planeet verwoest en de samenleving ontwricht.

Uit naam van het Boliviaanse volk en van al mijn broeders van het continent en uit andere regio’s van de wereld zoals de Maghreb, Azië en de Afrikaanse landen, doe ik een oproep aan het geweten van de Europese leiders en afgevaardigden, van de volkeren, burgers en activisten van Europa om de tekst van de terugkeerrichtlijn niet goed te keuren. Zoals de tekst nu voorligt, is het een tekst van de schaamte.

Ik roep de Europese Unie ook op om in de komende maanden een migratiepolitiek uit te stippelen die de mensenrechten respecteert, die het voor beide continenten voordelige dynamisme in stand houdt, die voor eens en voor altijd de grote historische, economische en ecologische schuld die de Europese landen hebben ten opzichte van de Derde Wereld herstelt en die eindelijk de nog steeds doorgaande aderlating van Latijns Amerika stopt. U kan met Uw ‘integratiepolitiek’ niet dezelfde fouten begaan als met Uw zogenaamde ‘civilisatiemissie’ uit de tijd van de kolonies.

Ik wens U allen, overheden, europarlementsleden en kameraden, broederlijke groeten uit Bolivia. En vooral ook onze solidariteit aan alle ‘illegalen’.

Evo Morales Ayma, President van Bolivia

Vertaald door Tom Pellens en Maarten Lambrechts, coöperanten in Bolivia van Volens. Vertaald op basis van de tekst gepubliceerd in Bolpress, 12/06/08

Chávez trekt omstreden spionagewet weer in

WASHINGTON, 11 juni 2008 (IPS) - De Venezolaanse president Hugo Chávez heeft een controversiële wet op de inlichtingendiensten al na enkele dagen ingetrokken. Volgens de wet zouden burgers verplicht worden mee te werken aan spionageopdrachten van leger en politie.


De nieuwe wet verplichtte alle Venezolaanse burgers, openbare diensten, bedrijven en verenigingen om de inlichtingen- en contra-inlichtingendiensten “steun” te verlenen. Wie niet meewerkte, riskeerde vervolging. De inlichtingendiensten zouden ook kunnen optreden zonder gerechtelijk bevel.

President Chávez, die de wet vorige week had gedecreteerd, heeft hem dinsdag weer ingetrokken. “Men kan niemand verplichten iemand te verklikken”, zei hij. “Dit is een socialistische regering, die de mensenrechten respecteert, die niemand vervolgt en niemand zal vervolgen.” Hij vraagt nu dat het parlement, waar zijn partij de meerderheid heeft, een nieuwe wet maakt.
Padden

De president was zwaar onder vuur komen te liggen van niet-gouvernementele organisaties, de pers, leiders van de katholieke kerk en andere sectoren. De politieke oppositie eiste de intrekking van de wet, een jurist trok zelfs naar het Hooggerechtshof.

Maar wat Chávez waarschijnlijk het sterkst heeft overtuigd is dat de wet bij de bevolking meteen een slechte naam had en dat de media het voortdurend had over een wet voor verklikkers, ‘sapos’, padden, in de Zuid-Amerikaanse volksmond. Cartoonisten dreven er de spot mee door padden te tekenen. “Dit is een Get-sapo-wet”, stond bij een cartoon. Op de muren verschenen graffiti waarop een pad was te zien in combinatie met het verbodsteken.

Chávez’ bocht van 180 graden is opvallend. Sinds hij in december nipt een referendum over een grondwetswijziging verloor is zijn populariteit gedaald, zeggen de opiniepeilers. In november kiest Venezuela nieuwe gouverneurs en burgemeesters en voor Chávez, die sinds 1999 aan de macht is, zijn dit belangrijke verkiezingen. Hij wil opnieuw het voorstel lanceren om de beperking op het aantal presidentiële ambtstermijnen af te schaffen. Nu bepaalt de grondwet dat hij zich in 2012 niet meer mag voorstellen als presidentskandidaat.

Als de oppositie in november een aanzienlijk aantal gouverneurs en burgemeesters binnenrijft, dan vreest Chávez voor zijn eigen politieke toekomst.
Uitzonderingstoestand

De controversiële wet “creëerde een permanente uitzonderingstoestand in Venezuela”, zegt Rocío San Miguel van de organisatie Burgertoezicht op Veiligheid, Defensie en Leger. “De burger stond ten dienste van de staat, in plaats van omgekeerd. De inlichtingendiensten zouden zich in naam van de nationale veiligheid zelfs met het familiale leven hebben kunnen moeien.”

“De wet machtigde de politiediensten op te treden tegen personen of privé-eigendommen louter op basis van vermoedens, zeer gevaarlijk in een land waarin de politie gewoon is de mensenrechten te schenden”, zegt Marino Alvarado van de humanitaire organisatie Provea.

Volgens Liliana Ortega van de humanitaire organisatie Cofavic schafte de wet “in de praktijk het beroepsgeheim bij artsen, advocaten, priesters en journalisten af. Het onderzoekswerk van journalisten zou zo behoorlijk aan banden worden gelegd.” Kardinaal Jorge Urosa noemde de wet “een aanslag op het biechtgeheim”.

Chávez’ eigen partij, het gerecht en de nationale ombudsman hebben geen kritiek geuit op de wet. Minister van Binnenlandse Zaken Ramón Rodríguez Chacín, een voormalig legerofficier met veel ervaring in inlichtingendiensten, verdedigde de wet omdat er “in Venezuela altijd inlichtingen- en contra-inlichtingenactiviteiten zijn geweest, alleen waren ze nooit bij wet geregeld en gebruikten de politiediensten ze tegen de bevolking.” De minister wees ook op “de democratische wil van de president want hij heeft een fout toegegeven en rechtgezet.”

Ali Gharib

11 jun. 2008

Letters from Evo Morales

Description/History:

In regards to the “Return Directive”

Up until the end of the World War II, Europe was an emigrant continent. Millions of Europeans departed for the Americas to colonize, to escape hunger, the financial crisis, the wars or European totalitarianisms and the persecution of ethnic minorities.



Today, I am following with concern the process of the so called “Return Directive”. The text, validated last June 5th by the Interior Ministers of 27 countries in the European Union, comes up for a vote on June 18th in the European Parliament. I feel that it is a drastic hardening of the detention and expulsion conditions for undocumented immigrants, regardless of the time they have lived in the European countries, their work situation, their family ties, or their ability and achievements to integrate.

To the Latino American countries and North America, Europeans arrived in mass, without visas or conditions imposed on them by the authorities. They were simply welcomed, and continue to be, in our American continent, which absorbed at that time the European economic misery and political crisis. They came to our continent to exploit the natural wealth and to transfer it to Europe, with a high cost for the original populations in America. As is the case of our “Cerro Rico” of Potosi and its fabulous silver mines that gave money supply to the European continent from the 16th to the 19th centuries. The people, the wealth and the rights of the migrant Europeans were always respected.
Today, the European Union is the main destiny for immigrants around the world which is a consequence of its positive image of space and prosperity and public freedoms. The great majority of immigrants go to the European Union to contribute to this prosperity, not to take advantage of it. They are employed in public works, building work, and in services to people and in hospitals, which the Europeans cannot do or do not want. They contribute to the demographic dynamics of the European continent, maintaining the relationship between the employed and the retired which provides for the generous social security system and helps the dynamics of internal markets and social cohesion. The migrant offers a solution to demographic and financial problems in the European Union.

For us, our emigrants represent help to the development that Europeans do not give us – since few countries really reach the minimum objective of 0.7% of its GDP in development assistance. Latin America received, in 2006, remittance (monies sent back) totalling 68,000million dollars, or more than the total foreign investment in our countries. On the worldwide level it reached $300,000 million dollars which is more than US $104,000 million authorized for development assistance. My own country, Bolivia, received more than 10% of the GDP in remittance (1,100 million dollars) or a third of our annual Exports of natural gas.

Unfortunately, “Return Directive” project is an enormous complication to this reality. If we can conceive that each State or group of States can define their migratory policies in absolute sovereignty, then we cannot accept that the fundamental rights of the people be denied to our compatriots and Latin-American brothers and sisters. The “Return Directive” foresees the possibility of jailing undocumented immigrants for up to 18 months before their expulsion – or “distancing”, according to the terms of the directive. 18 months! Without a judgement or justice! As it stands today the project text of the directive clearly violates articles 2, 3, 5,6,7,8 and 9 of the Universal Declaration of Human Rights of 1948.

In particular, Article 13 of the Declaration states:
“1. All persons have a right to move freely and to choose their residence in the territory of a State.
2. All persons have the right to leave any country, including their own, and to return to their country.”
And, the worst of all, is that the possibility exists for the mothers of families with minor children to be arrested, without regards to the family and school situation, in these internment centres where we know that depression, hunger strikes, and suicide happens. How can we accept without reacting for them to be concentrated in camps our undocumented compatriots and Latin American brothers and sisters, of which the great majority have been working and integrating for years? On what side is the duty of humanitarian action? Where is the “freedom of movement”, protection against arbitrary imprisonment?

On a parallel, the European Union is trying to convince the Andean Community that the Nations (Bolivia, Colombia, Ecuador and Peru) sign an “Association Agreement” that includes the third pillar of the Free Trade Agreement, of the same nature and content as that imposed by the United States. We are under intense pressure from the European Commission to accept conditions of great liberalization of our trade, financial services, intellectual property rights and our public works. In addition under so called “judicial protection” we are being pressured about the nationalization of the water, gas and telecommunications that were done on the international Workers’ Day. I ask, in that case, where is the “judicial protection” for our women, adolescents, children and workers that look for better horizons in Europe?

Under these conditions, if the “Return Directive” is passed, we will be ethically unable to deepen the negotiations with the European Union, and we reserve the right to legislate such that the European Citizens have the same obligations for visas that they impose on the Bolivians from the first of April 2007, according to the diplomatic principal of reciprocity. We have not exercised it up until now, precisely because we were awaiting good signs from the European Union.

The world, its continents, its oceans and its poles know important global difficulties: global warming, contamination, the slow but sure disappearance of the energy resources and biodiversity while hunger and poverty increase in every country, debilitating our societies. To make migrants, whether they have documents or not, the scapegoats of these global problems, is not the solution. It does not meet any reality. The social cohesion problems that Europe is suffering from are not the fault of the migrants, rather the result of the model of development imposed by the North, which destroys the planet and dismembers human societies.

Petition:

In the name of the people of Bolivia, of all of my brothers on the continent and regions of the world like the Maghreb and the countries of Africa, I appeal to the conscience of the European leaders and European MEPs, of the people, citizens and European activists, for them not to approve the text of the “Return Directive”. As it is today, it is a directive of shame. I also call on the European Union to elaborate, over the next months, a migration policy that is respectful of human rights, which allows us to maintain this dynamics that is helpful to both continents and that repairs once and for all the tremendous historic debt, both economic and ecological that the European countries owe to a large part of the Third World, and to close once and for all the open veins of Latin America. They cannot fail today in their “policies of integration” as they have failed with their supposed “civilizing mission” in colonial times.

Receive all of you, authorities, Euro parliamentarians, brothers and sisters, fraternal greetings from Bolivia. And in particular our solidarity to all of the “clandestinos”.

Signed: Evo Morales Ayma
President of the Republic of Bolivia

10 jun. 2008

Info Middag/Tarde Informativa


De sociale beweging in het revolutionaire proces van Venezuela

Edwin Zambrano, advocaat arbeidszaken, zal aanstaande zaterdag spreken over de sociale beweging in de Bolivariaanse Revolutie, dit vindt plaats in het lokaal van DIDF, Wenslauerstraat 314, Ten Kate Buurt, Amsterdam. Van 16.00 uur tot 18.00 uur.

Zijn lezing zal ongeveer 15 minuten duren in het Spaans met vertaling naar het Nederlands, daarna kunnen er vragen worden beantwoord en kan er gedebatteerd worden in solidariteit met de aanwezigen.

U wordt uitgenodigd door:
Bolivariaanse Kring Nederland
info@circulobolivariano.nl
http://circulobolivariano.nl
Tel: 0634425826 (Rodrigo)


El movimiento social en el proceso revolucionario de Venezuela

Edwin Zambrano, abogado laborista, expondrá sobre el movimiento social en la Revolución Bolivariana, este sábado 14 de junio en el local de DIDF, Wenslauerstraat 314, Cerca del Mercado Ten Kate, Amsterdam. Desde las 16:00 hasta las 18:00 horas.

Su exposición será de unos 15 minutos (español con traducción al holandés) para luego entrar a responder preguntas y debatir solidariamente con los asistentes.

Invita,
Círculo Bolivariano de Holanda
info@circulobolivariano.nl
http://circulobolivariano.nl
Tel: 0634425826 (Rodrigo)

2 jun. 2008

Alberto Muller Rojas,vicepresident van de Socialistische Eenheidspartij van Venezuela (PSUV - de partij van Hugo Chavez)

Venezolaanse eer voor Helderse communisten


http://ncpnnoordhollandnoord.web-log.nl

30-05-2008 ● Op donderdag 30 mei jl. hield de vicepresident van de Socialistische Eenheidspartij van Venezuela (PSUV - de partij van Hugo Chavez), Alberto Muller Rojas, een conferentie voor progressieve organisaties in Nederland en de pers. Ongeveer twaalf mensen ontmoetten voor de conferentie de vicepresident persoonlijk. Onder hen twee Helderse communisten, die ook een eervolle uitnodiging waren toegereikt door de ambassade.

Rens Brederveld en Jordy Klabbers waren er om de NCPN en CJB Den Helder te vertegenwoordigen. Een sympathieke oudere man ging bij de mensen aan tafel zitten en stak Ncpn_cjb_alberto_muller_rojas_ven_2af en toe een sigaretje op bij het beantwoorden van de vragen. Muller Rojas vertelde over de ontwikkeling van de revolutie, de tegenstanden en fouten. Hij vertelde tevens over de bundeling van linkse revolutionaire krachten, die tot de stichting van de PSUV leidde. Ook beschreef hij de volgende stappen die genomen moeten worden in de revolutie om het socialistische pad versterken. Zoveel mogelijk zeggenschap geven aan de bevolking. Niet dat de staat telkens zegt wat de mensen moeten doen, maar dat de mensen zeggen wat de staat moet doen. Een echte socialistische maatschappij.

Op het einde van de conferentie erna bedankten beide Heldernaren de vicepresident en de Venezolaanse ambassadeur Augustin Celis voor de eer van de uitnodiging door het beetje werk wat de Helderse communisten doen om de revolutie te verdedigen. Klabbers verklaarde ook naar de vicepresident toe in de persoonlijke ontmoeting namens de communisten in Den Helder: “De Venezolaanse revolutie heeft het zelfde effect als de Oktoberrevolutie van 1917 en de Cubaanse revolutie. En dat is een effect van inspiratie. De strijd die in Venezuela gevoerd wordt geeft ons als linkse revolutionaire beweging ook inspiratie en kracht. Zelfs onder de Nederlandse bevolking - ondanks de getinte media berichten over uw land – is er een zekereNcpn_cjb_den_helder_alberto_muller_ sympathie voor de revolutie. En voor die inspiratie bedank ik u en het Venezolaanse volk”, aldus Klabbers.

Foto: links op de afbeelding Klabbers en Brederveld