28 sept. 2008

Solidariteit heeft een naam: Cuba

Vertaling van "La solidaridad tiene nombre: Cuba", Hernando Calvo Ospina
Deze revolutie en haar volk heeft tot nu toe niet alleen meer gegeven dan zij ontvangt. Zij heeft zelfs meer gegeven dan ze zelf heeft. En het Cubaanse volk heeft niet veel. Men weet niet hoe men het heeft gedaan maar het is een realiteit zoals de ongenaakbare Cubaanse palmbomen. En in de laatste 49 jaar hebben miljoenen mensen dit met eigen ogen kunnen waarnemen en constateren.

Argelia dat opleefde zonder het koloniale Franse juk, zag doktoren komen. De Cubaanse revolutie deelde de weinige artsen die ze zelf had.

Duizenden mannen en vrouwen stierven in de strijd tegen de apartheid in Afrika. De strijd werd gewonnen maar de geschiedenis van de machthebbers blijft doorgaan met het hen ontnemen van geloofwaardigheid.

Een foto heeft de koers van de Vietnam oorlog veranderd: het naakte meisje dat huilend door de verbrandingen van de Amerikaanse NAPALM-bommen over een weg rent, werd in Cuba genezen.

Cuba was het enige land dat zijn grondgebied ter beschikking stelde aan de vele slachtoffers van de nucleaire ramp in Chernobil. Dat deed ze na de ineenstorting van de USSR en de Russische leiders zich voegden naar de VS: zij werkten mee aan het verder ontnemen van zuurstof aan de zich verstikkende Cubaanse economie.

Duizenden arme Afrikanen en Latino’s hebben een gratis medische of sportopleiding genoten. Miljoenen vrouwen en baby’s zijn tijdens bevallingen gered in de meest onherbergzame gebieden van Latijns-Amerika, Afrika en Azië door deze nieuwe apostelen uit Cuba.

In Pakistan ontdekten vele boeren tijdens hun behandeling dat er medicijnen bestonden, dat dit eiland bestond en dat er zwarte mensen in witte jassen bestonden.

Toen een cycloon een deel van Haiti bijna liet verdwijnen, stelde Cuba de Fransen voor dat als zij de medicijnen zouden leveren, Cuba voor de doktoren zou zorgen. Maar Parijs stuurde liever troepen om de protestacties onder controle te houden. Cuba heeft toen, alleen en geruisloos, doktoren met enkele tonnen medicijnen gestuurd.

Het is moeilijk te berekenen hoeveel miljoen dollar dat alles heeft gekost. Het is daarentegen makkelijker te zien dat het volk en de Revolutie hulp hebben gegeven in plaats van deze hulp te besteden aan het oplossen van hun eigen acute dagelijkse noden.

De hulp heeft ook iets gegeven wat niemand zich herinnert. Duizenden buitenlanders hebben een soort ‘blijdschapstherapie’ ondergaan enkel en alleen door hun contact met het Cubaanse volk. Zij ervaarden deze therapie als een wedergeboorte. Het Cubaanse volk injecteert optimisme met haar glimlach, haar warmte en haar plagerijen, want broederschap is leven.

Deze revolutie en haar mensen die ons al die tijd zo veel hebben gegeven, hebben nu ons nodig.

De laatste twee vlak na elkaar langsrazende cyclonen hebben enkele gebieden zeer ernstig beschadigd, een nucleaire uitbarsting gelijkend, aldus Fidel. De belangrijkste internationale media, woest zoals men zich weet te handhaven tegenover deze uitbarstingen, weigeren over de actuele situatie te berichten. Het kost hun zichtbaar moeite te schrijven over het organisatievermogen van de Revolutie dat het mogelijk maakt zulke rampen het hoofd te bieden, iets waar getroffenen van dezelfde cyclonen in de VS naar uitkijken.

Washington bazuint rond dat Cuba haar hulp weigert. Het is slechts één van de vele verhalen in haar agressie tegen het eiland. Havana heeft geantwoord dat als ze willen helpen ze hun moordende blokkade moeten opheffen, al is het maar voor zes maanden, om het hoogstnoodzakelijke te kunnen kopen. Vanzelfsprekend volgens de afspraken die de internationale handel voorschrijft. Zij wil niets weten van hulp onder voorwaarden die haar soevereiniteit aantast. Cuba wil geen aalmoezen, heeft geen aalmoezen nodig en verdient ze ook niet omdat ze deze zelf ook nooit heeft gegeven. En helemaal niet van een land dat de Revolutie wil vernietigen en een land dat nooit iets geeft zonder bijbedoeling.

Het wordt tijd dat Cuba iets terug krijgt in ruil voor haar hulp aan anderen. De Revolutie en de Cubanen zullen het nooit zo zeggen maar het moet een keer worden gezegd.

In veel landen is solidariteit meer en meer tot onderdeel van de samenleving geworden.

Cuba heeft solidariteit nodig, het is een uiting van genegenheid tussen mensen.

DECLARACIÓN

Las organizaciones políticas, de solidaridad internacional, culturales, sociales, progresistas y personalidades abajo firmantes manifiestan su solidaridad con los pueblos y gobiernos Democráticos y Revolucionarios de la República Bolivariana de Venezuela y Bolivia.

Una vez más el pueblo de Venezuela y el gobierno democrático y revolucionario del Presidente Hugo Chávez logran derrotar los planes golpistas de las fuerzas imperialistas de los Estados Unidos y de la reacción fascista opositora, quienes organizados en grupos antidemocráticos y desestabilizadores, intentaron dar un nuevo golpe de Estado aún más cruento que el del 2002, con los objetivos de terminar con la vida del líder de este proceso revolucionario, el Presidente Hugo Chávez, y bombardear posiciones estratégicas del Estado Venezolano.

Esta nueva intentona en lugar de amedrentar al movimiento revolucionario, lo que ha generado es una intensa movilización del pueblo y de su Fuerza Armada, unidos en la defensa de la democracia y de los logros populares alcanzados en este proceso revolucionario y en abierto rechazo al intervencionismo, principalmente del gobierno de los Estados Unidos y sus aliados regionales de ultraderecha.
El pueblo reconoce muy bien a quienes les negaron todo tipo de oportunidad y se apropiaron de las riquezas de Venezuela y las colocaron al servicio de los grandes intereses transnacionales y a quienes conjuntamente con él han ido construyendo espacios de poder para resolver las necesidades básicas de desarrollo que en democracia y libertad lograrán instaurar un sistema de justicia y equidad que permita la felicidad de todos.
El pueblo venezolano ha tomado su decisión: soldados y pueblo juntos, están dispuestos a defender a los gobiernos constitucionales de su Comandante Hugo Chávez Frías, prestos a defender la revolución bolivariana, democrática, soberana, libre, antiimperialista y con el rumbo puesto hacia la transformación socialista.
La ofensiva contra el pueblo y el gobierno revolucionario de Venezuela es parte de un ataque conjunto dirigido por quienes representan los grandes intereses económicos y geopolíticos imperialistas y van en contra de los pueblos de América que luchan por su soberanía y plena libertad.
En Bolivia hemos visto grupos locales desestabilizadores organizados por la clase propietaria terrateniente y sus esbirros fascistas atacando ferozmente al pueblo y gobierno de Bolivia y no vacilan en cometer crímenes para tratar de frenar el avance de las transformaciones revolucionarias del presidente Evo Morales.
Una vez más como dijo Simón Bolívar…“Los Estados Unidos de Norteamérica parecen predestinados por la providencia para plagar de miseria nuestros pueblos”….
Solidarios con las luchas de los pueblos de América soberana, condenamos la ingerencia genocida del gobierno de Bush.

¡Viva la integración bolivariana de los pueblos de América!
¡Viva la revolución bolivariana!
¡Sí a la Paz y soberanía de los pueblos! ¡No a la agresión genocida Imperialistas!



Para adherirse a la declaración enviar un correo a: info@circulobolivariano.nl

Se adhieren:
CÍRCULO BOLIVARIANO DE HOLANDA
Raquel Garcia Zerpa
Fundación FadAmazon
Partido Nacionalista Peruano, Comité Holanda

22 sept. 2008

El agente Vivanco (del HRW)

Jean Guy Allard
Granma
Sería suficiente mencionar las dudosas relaciones de José Miguel Vivanco, jefe "para las Américas" de la organización norteamericana Human Right Watch (HRW), con la fauna del Capitolio de Washington vinculada a la Agencia Central de Inteligencia (CIA), los más recalcitrantes "pitiyanquis" venezolanos o con la mafia cubanoamericana, para comprender su agresividad contra Venezuela, Cuba y los países progresistas de América Latina.

Adiós Vivanco.

Pero hay más en la carrera de este personero asimilado al universo imperial, que lo hacen un auténtico mercenario de la gigantesca maquinaria de inteligencia radicada en Langley, Virginia.

Su entrada relámpago en la OEA con título de Asesor jurídico y luego de Procurador del Secretariado de la controvertida Comisión Interamericana de Derechos Humanos, cuando apenas se había levantado de los bancos de la Facultad de Derecho, ya provoca interrogantes.

Vivanco, consagrado desde hace unos años a difamar a Cuba, Venezuela y el conjunto de los países progresistas por cuenta de la HRW, nunca ha estimado importante explicar cómo fue su rápida ascensión en la burocracia de la OEA. Tampoco el letrado ha valorado responder de manera documentada a las acusaciones que lo relacionan con el régimen asesino del general fascista Augusto Pinochet.

Estas acusaciones, gravísimas, fueron lanzadas en julio del 2004 por José Vicente Rangel, entonces vicepresidente de la República Bolivariana de Venezuela, quien reveló cómo el hoy ruidoso "defensor de los derechos humanos" había colaborado con los servicios secretos de Chile bajo la dictadura.

EL GOLPE LES DEJÓ MUDOS

La campaña de ataques manejada por Vivanco contra Venezuela fue objeto de un análisis sumamente revelador publicado por el afamado investigador Al Giordano, en el sitio digital narcosphere, a dos meses del histórico referéndum del 15 de agosto del 2004, cuando el abogado naturalizado norteamericano multiplicaba las calumnias en contra del Gobierno de Chávez.

Giordano recordó cómo en el 2002, Vivanco y HRW, después de apoyar los propósitos de los grupos opositores más identificados a la embajada norteamericana, se quedaron totalmente silenciosos, sin una palabra de denuncia, frente al fugaz gobierno golpista del empresario Pedro Carmona.

Sin embargo, en el 2003, sin un gramo de vergüenza, HRW desencadenó una campaña feroz contra la Ley de Responsabilidad Social en Radio y Televisión al lado de Reporteros Sin Fronteras y de otras organizaciones "internacionales" cuya vinculación con la CIA está ya establecida.

En el momento del voto del 2004, defendió rabiosamente el "derecho" de la National Endowment for Democracy —un invento de Ronald Reagan para hacer abiertamente lo que la CIA realizaba de forma encubierta— a subsidiar la organización SUMATE, cuyo fanatismo antichavista llevó incluso a provocaciones asesinas.

Bendijo de la misma forma las "donaciones" de la Unión Europea y de otros países al grupo conformado por la oligarquía con la asesoría de la inteligencia norteamericana.

Al lado de los terroristas de Miami

Si las intervenciones injerencistas de Vivanco en Venezuela indican una constante orientación en línea con el Departamento de Estado y la Agencia Central de Inteligencia, las numerosas intromisiones que realizó contra Cuba confirmaron su agentura.

Un evento lo demuestra todo y acaba de revelar quién es el "Número 2" de HRW.

En abril del 2007, Vivanco participó en Berlín en una conferencia convocada contra Cuba al lado de unos de los elementos más conocidos y peligrosos de la mafia terrorista de Miami, con orientaciones, financiamiento y apoyo oficial de Washington.

La Fundación Konrad Adenauer , una organización abiertamente anticomunista asociada en el pasado a numerosas actividades anticubanas, sirvió de pantalla a esta llamada "conferencia internacional" cuyo perfil era idéntico a varias de su tipo. Todas están organizadas en distintas capitales europeas a partir de las oficinas de People in Need (PIN), una seudo ONG checa designada en el Plan Bush de anexión de Cuba.

Al show de Berlín, se aparecieron esencialmente personajes del staff de la CIA que desde décadas se dedican a atacar a la Isla.

Vivanco no tuvo el menor escrúpulo de sentarse al lado del veterano agente de la CIA Frank Calzón, director vitalicio del Cuban Freedom Center, de Washington, ahora implicado en un millonario desfalco que amenaza la existencia de la USAID.

A Vivanco, tampoco le dio pena asociar su nombre al del desprestigiado comentarista de origen cubano Carlos Alberto Montaner, arrestado en La Habana en diciembre de 1960 con material explosivo, y reciclado por la CIA como intelectual madrileño.

El propio Vivanco presentó sus elucubraciones ante mafiosos connotados de Miami tales como Pedro V. Roig (director general de Radio y TV Martí, actualmente bajo investigación), Ramón Colás (estafador y playboy subsidiado), el traidor Huber Matos, vinculado al narcotráfico, Orlando Gutiérrez-Boronat, ex terrorista cuyo Directorio Democrático Cubano recibió tres millones de dólares de la USAID, Ángel Francisco De Fana Serrano, arrestado en California en 1995, con un arsenal de armas con las que preparaba un ataque terrorista contra Cuba, y Sixto Reynaldo "El Chino" Aquit, uno de los fundadores del Comité de apoyo al terrorista internacional Luis Posada Carriles y famoso en Miami por una larga serie de acciones criminales de las cuales se jacta.

El 27 de abril del 2007, el Diario Las Américas, rotativo mafioso de Miami, celebró la presencia de José Miguel Vivanco entre tantas figuras "anticastristas" asociadas a la mafia cubanoamericana que respaldaron una "declaración de unidad" de los "opositores en Cuba".

En Caracas, en Berlín o en Washington, Vivanco siempre sabe ajustar sus declaraciones incendiarias a las necesidades de sus amos.

21 sept. 2008

HRW: A Way to Subvert in Venezuela


By Roberto Hernandez
Caracas, Sep 21 (Prensa Latina) The non-government organization Human Rights Watch (HWR) with its supposed neutrality on human rights matters is in straight path to subvert the Venezuelan government.

Human Rights Watch: la verdad socavada

Like if it were trying to add up points against progressive governments in Latin America, HRW members took part only four days ago of an open aggression against the political power in the South American country.

Immediately, local authorities decided to expel HRW chairman for the Americas of the organization, Jose Miguel Vivanco, and his co-worker, Daniel Wilkinson, for making political campaign in their status as tourists.

Both revealed a text of 300 pages titled, “A decade of Chavez”, with the proposal of validating accusations made by the White House in which they assured that institutions in the country have deterred.

With the presentation of the document the organization, which emerged in 1978 as part of the Cold War, affirmed that they are part of Washington’s strategy.

Tom Malinowski, head of HRW´s office in Washington, said that the goals of this organization is “not to end with war, its about the way in which the armies do the war”.

Among the directives of HRW are ex-diplomats and US legislators, members of anti-soviet propaganda during the Cold War, former intelligence officials, entrepreneurs, and very few human rights protectors.

The organization’s main financial contributor multimillionaire, George Soros, accused of moving huge amounts of money out of Mexico, which provoked a crisis in Mexico in the nineties.

But HRW´s biggest obsession in the last few years has been, without a doubt, Venezuela. At the beginning it tried to be an objective observer of the changes that took place in the country with the arrival of President Chavez in 1999.

During the coup of April 2002 against the Venezuelan President, the observatory of human rights did not pronounce itself. Just a year later, it couldn’t hide its contrary intentions in respect to the government.

“If we revise how this organization has acted with our country, just two months before the 2002 coup HRW asked the Organization of American States to intervene in Venezuela,” said Andres Izarra, minister of Information and Communication.

The following year, added, it started a campaign against the law of social responsibility for radio and television going along with an order issued by the US State Department.

Vivanco was a former diplomat of Augusto Pinochet´s dictatorship between 1986 and 1989 before the United Nations Commission of Human Rights.

After the arrival of democracy in 1990 he left Chile and funded the Center for Justice and International Right, in Washington.

Since September of 1994, Vivanco holds his actual job place at Human Rights Watch where he has opposed any progressive government in the region.

The expulsion of both characters caused protests in various government and parliamentary sectors of Chile, which assessed that it was all an international campaign against the Venezuelan people.

nm/ruh
PL-12

20 sept. 2008

VS houden banden met Boliviaanse oppositie geheim

NEW YORK, 19 september 2008 (IPS) - Wie krijgt in Bolivia miljoenen dollars van de Amerikaanse belastingbetaler? Het is een vraag die hardop gesteld word door verschillende politieke analisten in Washington, maar de Amerikaanse regering houdt de lippen stijf op elkaar.

“De regering in Washington heeft beslist om haar banden met de Boliviaanse oppositie te hullen in mysterie”, zegt Mark Weisbrot, directeur van het Centre for Economic and Policy Research, een onafhankelijke denktank. Weisbrot en verschillende van zijn collega’s maken zich ernstig zorgen over het Amerikaanse politieke beleid in Zuid-Amerika, en met name over de terughoudendheid van de regering om details te verstrekken over de grootte van de Amerikaanse steun en wie in Bolivia daar precies van geniet.

“Het Amerikaanse agentschap voor ontwikkelingshulp USAID doet in Bolivia precies hetzelfde van wat het doet in Venezuela: de oppositie steunen”, zegt onafhankelijk onderzoeker en schrijver Jeremy Bigwood, die gespecialiseerd is in Latijns-Amerika.

Zo stond in juli 2002 in een vrijgegeven boodschap van de Amerikaanse ambassade in Bolivia aan Washington te lezen dat “een gepland politiek hervormingsprogramma van USAID gericht is op de implementering van een bestaande Boliviaanse wet die, op lange termijn, zou leiden tot de oprichting van gematigde, pro-democratische politieke partijen die kunnen dienen als tegengewicht voor de radicale MAS (de partij van de huidige president Evo Morales, nvdr).”

Bigwood heeft verschillende pogingen ondernomen om gedetailleerde informatie te verkrijgen over de Amerikaanse uitgaven in Bolivia, maar zonder succes. Sinds 2005 heeft hij vijf verschillende aanvragen gedaan onder de Freedom of Information Act. Eén van die vragen bracht wel aan het licht dat de quasi-overheidsinstelling National Endowment for Democracy een programma had gesponsord dat tussen 2002 en 2004 dertien jonge “opkomende leiders” van Bolivia naar Washington haalde om hun rechtse politieke partijen te steunen.

“Niet enkel USAID, maar ook andere overheidsinstellingen sluizen geld naar de oppositie in Bolivia”, vertelt Bigwood, die het ook heeft over “omkoping”. Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken ontkent de beschuldigingen, maar vorige week verklaarde president Morales de Amerikaanse ambassadeur Philip Goldberg als "persona non grata" en vroeg hij hem om het land binnen de 72 uur te verlaten. Ook Morales beschuldigde Goldberg ervan de rechtse Boliviaanse oppositiegroepen te steunen.

Crisis
Vijf Boliviaanse provincies, die samen over de meeste natuurlijk rijkdommen in het land beschikken, voeren een sterke oppositie tegen de pogingen van Morales om de grondwet te wijzigen en economische en sociale hervormingen door te voeren in het voordeel van de autochtone bevolking. Volgens lokale kranten zijn in de provincies, die worden geleid door rechtse gouverneurs, verschillende Morales-aanhangers gedood en gewond door gewapende oppositiegroepen.

Na druk uit Brazilië en Venezuela is het geweld in de provincies verminderd. Woensdag echter raadde de regering-Bush Amerikaanse burgers aan om het land te verlaten en legde ze speciale vluchten in. Nog dezelfde dag zette de regering Bolivia op de zwarte lijst van landen die de strijd tegen drugs niet hard genoeg voeren, een gevolg van een eerdere beslissing van Morales om lokale boeren het recht te geven coca te produceren. De Boliviaanse president wees erop dat het gewas voor de inheemse bevolkingsgroepen ook ceremoniële en medische waarde heeft. In de Boliviaanse hooglanden worden de bladeren verwerkt in thee of gekauwd om honger te verminderen en hoogteziekte te bezweren.

Volgens critici heeft de regering-Bush geen rechtvaardiging voor haar houding in Bolivia, inclusief de zogenaamde oorlog tegen drugs, en moet ze haar hulppolitiek in het land verduidelijken.

“USAID is niet bedoeld als clandestiene organisatie”, zegt Weisbrot. “Maar door clandestiene steun te geven aan oppositiegroepen, geeft het de indruk dat de VS bijdraagt aan pogingen om de Boliviaanse regering te destabiliseren.”

Haider Rizvi

Solidariteit in Amsterdam met "Free the Five"

12 September in Amsterdam,tegen over het VS Consulaat, kwamen Cubadefend,Cubasol,Círculo Bolivariano en vrienden bijheen uit solidariteit met de vijf cubanen die onterecht in de gevangenissen in de VS vast zitten.

Video: klik hier

17 sept. 2008

Boliviaanse president krijgt opstandige regio’s aan onderhandelingstafel

Franz Chavez
LA PAZ, 17 september 2008 (IPS) - De Boliviaanse president Evo Morales is erin geslaagd de opstandige regio’s in zijn land aan de onderhandelingstafel te krijgen. De regionale autoriteiten hebben Morales’ voorwaarden geaccepteerd om een dialoog te beginnen die de rust in het land moet herstellen. Morales liet ondertussen de gouverneur van Pando, Leopoldo Fernández, arresteren op beschuldiging van volkerenmoord.
De linkse regering van president Morales bereikte een principeakkoord met de opstandige regio’s in het oosten van het land. Dat kondigden de regionale autoriteiten van de departementen Santa Cruz, Beni, Chuquisaca en Tarija dinsdagavond (16 september) aan.
Morales belooft onder meer de regio’s het geld terug te geven dat zijn administratie uit de belasting op de ontginning van aardgas- en olievelden ontving en wil praten over de mogelijkheden om bepaalde instellingen aan de regionale autoriteiten over te dragen. De regio’s zegden toe de discussie over de nieuwe grondwet te respecteren maar vragen wel het referendum over de tekst, gepland voor januari, uit te stellen tot na de onderhandelingen. Rechtse manifestanten maken een einde aan de bezetting van olie-installaties en gebouwen van de centrale regering en heffen ook hun wegblokkades op.

Bloedbad
De rijke oostelijke regio’s verzetten zich al sinds vorig jaar tegen Morales’ sociale hervormingen, die vooral de arme boeren in het centrum en westen ten goede moeten komen. Ze eisen bovendien meer regionale autonomie. De voorbije weken kwam het tot zware incidenten tussen het regeringsleger en manifestanten van rechtse burgerorganisaties.
De onderhandelingen beginnen donderdag in de stad Cochabamba, in Centraal-Bolivia. Mario Cossío, de gouverneur van Tarija, kondigde dinsdagavond aan dat er waarnemers en bemiddelaars aanwezig zullen zijn, onder meer vertegenwoordigers van de katholieke Kerk en de commissie die de Unie van Zuid-Amerikaanse Naties heeft aangeduid om de gesprekken te initiëren.
President Morales, sinds 2006 de eerste inheemse president van Bolivia, liet maandag een van de radicaalste oppositieleiders, Leopoldo Fernández, arresteren door een zwaar bewapende militaire eenheid. Fernández is gouverneur van Pando, het noordelijke departement waar eind vorige week minstens vijftien doden vielen, vooral arme boeren en leden van inheemse bevolking. Volgens officiële bronnen waren de slachtoffers in een hinderlaag gelokt en vertonen de lichamen kogelwonden. Meer dan honderd personen zouden nog vermist zijn. Het parket-generaal beschuldigt Fernández van volkerenmoord.
Mario Cossío, de gouverneur van Tarija, bevestigde dinsdagavond dat er een parlementaire onderzoekscommissie komt naar het bloedbad. Hij vroeg de centrale regering garanties voor de fysieke integriteit van Fernández en de andere gearresteerde oppositieleiders. Volgens Branco Marinkovic, voorzitter van het Burgercomité Pro Santa Cruz, kan er van onderhandelen geen sprake zijn zolang gouverneur Fernández achter de tralies zit, maar voor dat standpunt krijgt hij amper steun. Marinkovic, een grootgrondbezitter van Joegoslavische afkomst, trok vorig jaar het verzet tegen Morales op gang.

Steun
Het principeakkoord met de oppositie en de arrestatie van gouverneur Fernández kwamen er nadat de andere Zuid-Amerikaanse landen maandag tijdens een buitengewone top in Santiago unaniem hadden opgeroepen tot dialoog.
Uit de Verenigde Staten komen ondertussen heel andere diplomatieke geluiden. Washington beschuldigt Bolivia ervan te weinig inspanningen te doen om de drugstrafiek aan banden te leggen. De beschuldiging volgt op de afkoeling van de diplomatieke relaties tussen beide landen. La Paz zette vorige week de Amerikaanse ambassadeur het land uit op beschuldiging van steun aan de autonomiegroeperingen en van samenzwering tegen president Morales. Washington deed daarop hetzelfde met de Boliviaanse ambassadeur in de Verenigde Staten.
IPS(PD, MC)
(Video in het Spaans)Bolivia: “Humillados y ofendidos: el racismo en Bolivia”

14 sept. 2008

TENLASTELEGGING Gedurende "La Entrevista al medio día"(Het Interview om twaalfuur 's middags)

door Venezolana de Televisión (VTV)"
Minister Izarra klaagde de mediastilte aan over de staatsgreep.

De minister refereerde naar de video uitgezonden door het Programma "La Hojilla" waar de planning van een staatsgreep door niet actieve militairen duidelijk is.

Gedurende zijn tussenkomst in het programma "La Entrevista al medio día" (Het Interview om twaalf uur), uitgezonden door Venezolana de Televisión klaagde afgelopen donderdag de minister van Communicatie en Informatie van de Macht van het Volk Andrés Izarra de stilte aan van de belangrijkste private media in het land omtrent de tenlastelegging van een staatsgreep, afgelopen woensdagavond gepresenteerd door Mario Silva in het programma "La Hojilla en hij waarschuwde dat deze daad resultaat kan zijn van een samenzwering.

De heerschappij van de media, de mediastilte dat zich opdringt bij een zo een ernstige melding, is misschien om de medeplichtigheid te verbergen , veel van de leiders van de private media in Venezuela zijn gerelateerd aan, zijn verbonden met dit soort antidemocratische uitwegen, die samenzweren tegen de stabiliteit en de goede ontwikkeling van ons politieke proces in Venezuela.

De woordvoerder van het MinCi ( Ministerie van Communicatie en Informatie) toonde zijn bezorgdheid om deze nieuwe episode "het is dat het erg doet terugdenken aan de dagen in april (van 2002) de hele mediastilte en incluis de voorgaande situatie. Denk terug hoe de staatsgreep in april de verkondiging van de volmachtenwetten (leyes habilitantes) als antecedent had, van dat jaar 2002"

Toen hij er op wees dat alleen "Ultimas Noticias"(Laatse Nieuws) het nieuws op de 1e pagina liet zien "maar in El Universal, in de rest van de kranten wordt er niet één keer melding van gemaakt" Izarra benadrukte dat deze handelswijze veel overeenkomsten heeft met een geplande stilte rondom het nieuws.

"Het is duidelijk dat er mensen van de grote media betrokken zijn, ze verschijnen in de informatie dat gisteren verscheen. Hij spreekt over Movimiento 2D, er is de informatie over de leiders van de grote private media die erbij betrokken zijn. Altijd verschijnt Globovisión, altijd verschijnt El Nacional, altijd verschijnen er connecties in die groepen die nooit zijn gestopt met de samenzwering".

Met betrekking tot de verklaringen van Miguel Enrique Otero, waarin hij verklaart dat de getoonde video een montage is "een rookgordijn, dat gelanceerd is door de regering" verzekerde hij dat Miguel Enrique Otero in zijn verklaringen op Globovisión "er heel nerveus uitzag". De opname is daar".

Izarra verklaarde dat hij geen concrete gegevens had over de hoeveelheid van betrokken militairen, maar hij meldde dat er militairen zijn die gepensioneerd zijn, sommigen zijn actief en er zijn piloten van vliegtuigen.

Zo verzekerde hij ook dat het gehele onderzoek van de zaak voorrang heeft, tegelijkertijd riep hij deze donderdag om 3 uur 's middags een persconferentie uit van het Ministerie van Defensie, om de details uiteen te zetten.

Bron: Pers van het MInCI ( Ministerie van Communicatie en Informatie)

13 sept. 2008

Venezuela belooft linkse presidenten Bolivia en Paraguay militaire steun

Humberto Marquez (IPS)
CARACAS, 12/09/08 - Venezuela is bereid militair tussenbeide te komen in Bolivia of Paraguay als de rechtse oppositie daar de regering omverwerpt of de president laat vermoorden. De Venezolaanse president Hugo Chávez haalde gisteren (11 september) ook uit naar de VS. Hij gaf de Amerikaanse ambassadeur in Caracas 72 uur de tijd om Venezuela te verlaten.

De vermoording of de afzetting van de Boliviaanse president Evo Morales “zou voor mij het licht op groen zetten om een gewapende beweging te steunen die de macht er teruggeeft aan het volk”, verklaarde Chávez. Hij reageerde daarmee op de machtsstrijd die in Bolivia bezig is tussen Morales en oppositiebewegingen die aansturen op autonomie voor de rijkste provincies in het land.

Chávez ziet in het Boliviaanse conflict de hand van de oude Latijns-Amerikaanse “oligarchieën” die ook de president van Paraguay, Fernando Lugo, en hemzelf omver willen werpen. Volgens de Venezolaanse president worden die conservatieve groepen “gestuurd gefinancierd en bewapend” door de Verenigde Staten.

Honderd keer naar de hel
De uitwijzing van de Amerikaanse ambassadeur in Caracas, Patrick Duddy, is volgens Chávez een gebaar van solidariteit met Bolivia. Venezuela roept ook zijn ambassadeur uit de VS terug. De Boliviaanse regering had woensdag de Amerikaanse ambassadeur in La Paz tot persona non grata verklaard omdat hij de protesten tegen president Morales zou aanwakkeren. Gisteren vroeg Washington op zijn beurt de Boliviaanse vertegenwoordiger in de VS het land te verlaten. Chávez pookt het vuurtje hoog op. “Ga honderd keer naar de hel”, gaf hij de Amerikaanse ambassadeur in Caracas mee.

Chávez waarschuwde ook zijn buurlanden. “We willen vrede, maar we willen niet sterven als (de Latijns-Amerikaanse vrijheidsstrijder Simón) Bolívar of als (de voormalige Chileense president Salvador) Allende.” Beiden kwamen machteloos aan hun einde. Chávez kiest voor het elan van de Argentijnse revolutionair Ché Guevara. “We zullen, zoals hij aankondigde, een, twee of drie Vietnams in Latijns-Amerika beginnen.”

Samenzwering
Chávez heeft het weer aan de stok met de private media in zijn land. Die doen meewarig over de nieuwe bewijzen die volgens regeringsgetrouwe media zijn opgedoken over een samenzwering tegen de president. Een openbaar tv-station zond onlangs de opname van een telefoongesprek tussen voormalige legerofficieren uit die toespelingen maakten op militaire steun voor een eventuele opstand tegen Chávez. Chávez overleefde in 2002 al eens een militaire staatsgreep. Chávez en zijn medestanders geloven dat de private tv-zenders in het land deel uitmaken van een nieuwe samenzwering.

Dat moet onder meer blijken uit de uitvoerige berichtgeving over een proces in Miami dat draait rond het vermoeden dat Venezuela de verkiezingscampagne van de centrumlinkse Argentijnse president Cristina Fernández financieel heeft ondersteund. Het proces zou ook een corruptienetwerk kunnen blootleggen tussen Venezolaanse en Argentijnse politici en bestuurders van oliemaatschappijen.

De sfeer in Venezuela is gespannen omdat er in november regionale en gemeentelijke verkiezingen worden gehouden. Die kunnen beslissend worden voor de politieke toekomst van Chávez.

IPS(PD)

Europees Parlement weigert onbekwaamheden in Venezuela ter discussie te stellen

Het Europese Parlement weigerde over het thema van de administratieve onbekwaamheden van Venezuela te discussiëren omdat zij van mening is dat dit een interne aangelegenheid is die op geen enkele manier de mensenrechten schendt. Hiermee verwierp zij de petities van de Venezolaanse conservatieven die naar een spoedresolutie tegen Venezuela zochten.

‘Na haar mislukte poging er in het Parlement van MERCOSUR een veroordeling door te krijgen, is de Venezolaanse oppositie opnieuw gefaald in haar anti-Venezuela campagne. Het Europese Parlement heeft geen gehoor gegeven aan het spel van rechts’, bevestigde de Europese vice-minister van Buitenlandse Zaken, Alejandro Fleming, die onlangs een bezoek bracht aan het Europese Parlement.

Ondanks de enorme lobby in Brussel van de oppositieleiders Leopoldo López van Un Nuevo Tiempo en Juan José Molina van de Podemos Partij weigerde de Conferentie van de Voorzitters van het Europese Parlement het onderwerp van de administratieve onbekwaamheden in Venezuela op de agenda te zetten. De Conferentie stelt de belangrijkste onderwerpen van de Plenaire Zitting vast.

Fleming wees erop dat 'de oppositieleiders in Brussel op zoek waren naar de uitspraak waar ze in Montevideo vergeefs op hadden gehoopt. Daarom rekenden ze in Europa op de steun van rechts die pretendeerde haar criterium op te leggen om de oppositie in Venezuela gunstig te stemmen wat geheel in strijd is met de normale consensus van de politieke partijen bij spoedeisende onderwerpen. Maar helaas mislukte het geintje.’

Geëffend terrein

De strategie van de oppositie begon met de recente informele bezoeken van Milos Alcalay en Timoteo Zambrano aan het Europese Parlement. De bedoeling van deze bezoeken was het doordrijven van een inspectiebezoek aan en de invoering van een resolutie tegen Venezuela.

Naderhand verklaarde Leopoldo López aan de pers dat hij een bezoek zou brengen aan het Europese Parlement zodra de uitspraak van het Constitutionele Hooggerechtshof bekend was ter bekrachtiging van de grondwettelijkheid van artikel 105 van de Wet ‘Naleving van Wet en Regelgeving’ met betrekking tot de administratieve onbekwaamheden van corrumperende ambtenaren.

Leopoldo López kreeg een straf van drie jaar voor vriendjespolitiek toen hij de van de PDVSA ontvangen sponsorgelden met goedkeuring van zijn moeder aanwendde voor de financiering van zijn eigen politieke partij Primero Justicia. En dat terwijl hij in overheidsdienst was. Tevens werd hem een straf opgelegd van zes jaar voor het illegaal wegsluizen van begrotingsgelden van de Chacao-gemeente.

Onderbroken bezoek

Het door de internationale gemeenschap gefinancierde bezoek van Leopoldo López aan het Europese Parlement dat werd gesteund door de rechtse Europese Volkspartij, een groepering die nauwe banden onderhoudt met de ex-ambassadeur van Venezuela, Milos Alcalay, werd onderbroken door de beslissing van het Europese Parlement om Venezuela niet op te nemen in de lijst van spoedeisende onderwerpen.

De nauwe banden van Alcalay met de conservatieven in Europa dateren uit de jaren tachtig toen de sociaal-christelijke ex-ambassadeur op de Ambassade van Venezuela in Brussel werkzaam was. Zij bereikten hun hoogtepunt gedurende de aanstelling van de Euro-Latijnse Assemblee in november 2006 toen Alcalay uit het Europese Parlement werd gezet door de toenmalige voorzitter, de socialist Josep Borrell, nadat werd ontdekt dat hij had geprobeerd de identiteit van Venezolaanse afgevaardigden te usurperen. Borrell beschuldigde de Europese Volkspartij ervan Alcalay op een eigenaardige manier voor deze bijeenkomst te hebben uitgenodigd.

Een moeilijk te verdedigen argument

De conservatieven hebben een verpletterende meerderheid in het Europese Parlement. Een resolutie die de steun heeft van de Europese Volkspartij en van de Alliantie van Democraten en Liberalen is vrijwel onaanvechtbaar. Desalniettemin stuitten de Europese conservatieven dit keer op het probleem dat ze een administratieve sanctie moesten afwijzen die de strijd tegen de corruptie in Venezuela als belangrijkste doel had.

Ook hadden de Euroafgevaardigden hun electoraat moeten uitleggen hoe zij een redevoering kunnen houden tegen administratieve corruptie terwijl zij zelf uit politieke belangen wel partij kiezen voor corrupte Venezolanen.

Bron: Agencia Bolivariana de Noticias (ABN) / 4/9/08

11 sept. 2008

Chávez anuncia que hay varios detenidos por plan conspirativo en su contra

El presidente venezolano, Hugo Chávez, anunció este jueves que ya hay varios detenidos por el complot de militares en su contra denunciado la noche del miércoles.

"Hay varios detenidos y el ministro de Defensa (Gustavo Rangel) ha ordenado abrir una averiguación a través de la Fiscalía militar", indicó Chávez.

Chávez ordenó pasar su intervención en cadena nacional de radio y televisión, así como la grabación en la que tres militares retirados de alto rango hablan sobre el plan.

La decisión de "encadenar" la transmisión obedeció a que los medios privados de comunicación no recogieron en sus ediciones de hoy la información sobre el complot descubierto, explicó el presidente venezolano.

El mandatario reiteró que los planes para matarlo o derrocarlo han sido planificados por Estados Unidos y cuenta con la colaboración de sectores acomodados venezolanos.

"Detrás de la conspiración está la oposición política y detrás los 'pitiyanquis' y la oligarquía y detrás el imperio norteamericano", afirmó el gobernante.

TeleSur

(VIDEOS) Develada intentona golpista: Militares activos y retirados fueron grabados

9 sept. 2008

Pinar del Rio Having First Taste of Ike

Pinar del Río, Cuba, Sep 9 (Prensa Latina) Weather conditions began to worsen early Tuesday in this Cuban western province with the arrival of first rains and wind gusts of up to 80 kilometers per hour associated to Hurricane Ike.

Over 79,000 people, accounting for 10 percent of the province’s whole population, were taken to shelters and family houses to prevent human losses.

La Coloma, Las Canas, La Bajada and other traditionally hurricane-hit coastal towns stepped up actions to prevent material damage.

The Pinar del Rio province, 140 kilometers west of Havana, was ravaged by Hurricane Gustav last week. The Category 4 storm tore down or partially damaged 90,000 houses and buildings, including some shelters.

Ike is now threatening to make its second landfall on the island on Tuesday at some point between Havana and Pinar del Rio.

At 00:00 local time Tuesday, the center of Ike was located at 20 kilometers south of Playa Giron on the south coast of west-central Cuba. The estimated minimum central pressure increased to 967mb, while maximum sustained winds are near 130 kilometers per hour.

Ike is a Category 1 hurricane in the Saffir-Simpson scale of 5, and it is moving west-northwest at 20 kilometers per hour.

The hurricane first crossed the island from east to west on Sunday night and Monday morning, and then roared alongside Cuba’s southern coast.



Over 1 Million Evacuated in Cuba

Havana, Sep 9 (Prensa Latina) Over 1 million people sought safety with relatives and friends or at government shelters as Hurricane Ike is about to make landfall on Cuba for the second time in less than 48 hours.

Civil Defense authorities reported that 1,233,336 people evacuated from their homes.

Ike, a Category 1 storm, is expected to hit Cuba between the provinces of Havana and Pinar del Rio, where thousands of residents lost their houses last week after the passage of Gustav, another powerful hurricane.

According to Colonel Jose Betancourt, the Cuban population has closely followed Civil Defense directions aimed at preventing human losses, although he regretted that some people are showing a low-risk perception by relaxing safety measures that should be observe under a hurricane warning.

People should seek shelter from powerful winds and avoid walking through flooded areas, he recalled. Those evacuated are not allowed to return to their homes until a special commission assesses the house safety.

The Civil Defense reported Monday night that four people died in Cuba as a result of Ike.

The hurricane made landfall in the north-eastern coast of Holguin on Sunday night as a Category 3 storm. It then weakened while running along Cuba´s southern coast.

3 sept. 2008

Revolutionaire verandering. Factoren om het socialisme uit te bouwen


Edwin Zambrano
Advocaat arbeidszaken
Arbeid en productie schijnen de twee grote doelen van economische groei te zijn. We komen tot een houdbare nationale ontwikkeling als we beide samenbrengen in één project dat de nadruk op de verschillende sectoren van de economie legt om tot onafhankelijkheid en soevereiniteit te komen en dat een impuls geeft tot onderzoek en technologische creaties. Als we dit vervolgens combineren met bewuste sociale participatie in de beheersing van de productiemiddelen, in het sociaal-economisch management, in de distributie van de resultaten van het productieproces en met actieve politieke participatie, dan hebben we het over SOCIALISME.

Venezuela beschikt over twee fundamentele factoren voor de opbouw van socialisme:
1). Een duidelijke basis die het onderwerp in de werkelijkheid plaatst en niet in een wereld van verbeelding, verlangen of romantiek.
2). Een regering die uitdrukkelijk de wens en het voornemen heeft een diepgaande sociale hervorming door te voeren waarin het op uitbuiting gebaseerde kapitalistische systeem wordt omgevormd tot een socialistisch chavistisch systeem.

De basis hiervoor bestaat met zekere nauwgezetheid uit o.a. de volgende elementen:
A). Staatseigendom van de belangrijkste hulpbronnen, industrieën en buitenlandse inkomsten en deviezen: olie-, gas- en petrochemische industrie. Venezuela is eigenaar van de olie en het gas die zich in de bodem bevinden evenals van (vrijwel) alle installaties, machines, apparatuur, gereedschappen, voertuigen, bouwwerken, hoofd- en toevoerwegen. Bovendien heeft de natie de legale middelen om de grond waarvan zij geen eigenaar is in dienst te stellen van de olie-industrie door middel van dienstbaarheidscontracten en onteigening als dat het algemeen belang dient. Dit laatste concept is geworteld in de Repubikeinse Grondwet. De delving van deze grondstoffen heeft geleid tot raffinage en petrochemie, plasticverwerkende en andere belangrijke industrieën. Deze op hun beurt hebben het dynamische en industrialiserende proces in de verschillende sectoren een impuls gegeven.
B). Staatscontrole of een aanzienlijke staatsdeelname in de mijnactiviteit en de basisindustrie heeft onmiddellijk en zondere verdere belemmeringen of obstakels een stroomversnellende ontwikkeling tot gevolg. De productie van ijzer, bauxiet, goud en andere mineralen moet samengaan met een industrie die deze mineralen verwerkt. Dit dient als input voor het productieapparaat en de bevrediging van behoeften. De hoeveelheid ijzer kan worden teruggedrongen met behulp van bepaalde zuiverende planten. Zo kan briket of onbewerkt metaal de productie van hoogwaardig ijzer en andere legeringen vergemakkelijken evenals de productie van aluminiumoxyde en aluminium (Venezuela produceert 600.000 ton aluminium per jaar, 5-6% van de totale wereldaluminiumproductie met een jaarlijke omzet van $1000-1500 miljoen) en de productie van ijzer en andere goederen in Siderúrgica del Orinoco (SIDOR). Bij de onrechtvaardige en leugenachtige manier van privatiseren en denationaliseren ervan ging het om 4,5-5 miljoen ton per jaar. De staat zou een derde van de participatie en de controle op zich kunnen nemen. Mits goed benut kan dit tot belangrijke inkomsten en besluiten op het gebied van handel, prijsbeleid en investeringen leiden die de ontwikkeling van het hele land ten goede komen, daarbij niet meegerekend dat de staat haar toevlucht kan nemen tot een legale procedure van onteigening voor het algemeen als dit nodig wordt geacht voor de hogere doelen van de natie, zoals is vastgelegd in de Grondwet.
C). De staat blijft eigenaar van grote delen van de gronden, ook als deze onvruchtbaar zijn of door de eigenaar verlaten hetgeen aanleiding kan zijn tot legale en vreedzame onteigening of andere transacties ten gunste van het gebruik ervan door de staat.
D). Er bestaat een licht industrieel potentieel dat gedeeltelijk van de staat is of bij de staat in het krijt staat en dat bepalend is voor de beheersing van de productiemiddelen en de productietechnieken, voor de omvang van de directe productie van de basisindustrie en voor expertise in industrie, distributie en commercialisering en die samen met het wegennetwerk en het moderne wagenpark de afzet van de eindproductie als sociaal-economisch proces mogelijk maakt.
E). Het land beschikt over genoeg financiële middelen en een verzameling van onroerende goederen en installaties (verkregen tijdens de bankcrisis in de negentiger jaren) om een impuls te geven aan en het in werking te zetten van productieactiviteiten die prioriteit hebben en die economische transformatie op korte of middellange termijn verzekeren.
F). Bij het voorafgaande tellen we de controle over de buitenlandse handel en de deviezen op.

De opbouw van het socialisme in Venezuela hangt vooral af van het optreden en de daadkracht van de revolutionaire regering, van haar doeltreffende plannen, van de adequaatheid van haar projecten, van haar revolutionaire kwaliteit om anderen en zichzelf te evalueren en te corrigeren en van de voorbeeld- en controlefunctie van haar gezaghebbers. Hier komen wij later nog op terug.

Edwin Zambrano
Advocaat arbeidszaken

Chávez krijgt steun voor nationaliseringen

Vakbondsleiders, socialistische activisten en andere Venezolaanse burgers toonden op 18 augustus jl. publiekelijk hun steun aan het door president Hugo Chávez aangekondigde proces om de cementindustrie te nationaliseren. De leden van de Verenigde Socialistische Partij van Venezuela (PSUV), die geleid wordt door Chávez, begonnen een actieve wake op 17 augustus bij de ingang van de fabriek 'Cementos van Mexicanos' (CEMEX), in de stad Guanta, gevestigd in het noordwesten van de staat van Anzoategui.

Aan de demonstratie, die door Jonathan Marin werd geleid, namen ook deel de burgemeesterskandidaat van de PSUV voor de havengemeente, vertegenwoordigers van de gemeenteraden, werknemersorganisaties, militaire reservisten en voormalige werknemrs van CEMEX.


Tijdens een demonstratie schold Chávez de schulden kwijt van zo'n 18.000 landarbeiders in de staat Guarico en sprak hij zich uit ten gunste van een voortdurende strijd tegen de grote landeigenaren om de voedselproductie van het land te verhogen, meldde Prensa Latina. Venezuela voert momenteel 80 procent van zijn levensmiddelen in.

Cement- en staalindustrie

Chávez had dit jaar al de overname van de cementindustrie door de staat bekendgemaakt, waarbij veel buitenlandse ondernemingen betrokken waren. In het afgelopen jaar werden reeds de telefoonmaatschappij CANTV, de elektriciteitsmaatschappij Electricidad de Caracas en delen van de zware olie-industrie in de Orinoco-delta en het grootste staalconcern van het land (Ternium-Sidor) genationaliseerd. Ter gelegenheid van de nationalisatie van het staalconcern zei Chávez voor honderden arbeiders bij de hoofdzetel van de maatschappij dat de tot nog toe door het Argentijns-Italiaanse concern Techint gecontroleerde onderneming nu socialistisch was geworden en eigendom van het volk en noemde het een historische dag.

De nationalisering van Sidor maakte een eind aan een tienjarig neoliberaal bedrijfsbeheer. De vroegere staatsonderneming werd in 1998 geprivatiseerd. Tot nieuwe baas van het concern benoemde de staatsleider minister van Basisindustrie Rodolfo Sanz.

Met de bijna 12.000 arbeiders werden volgens Chávez de "beste arbeidsvoorwaarden in de geschiedenis van Sidor en de Venezolaanse arbeidersklasse" afgesproken. De nationalisering werd eind maart na een jaar durend loonconflict aangekondigd.

Manifest

Bronnen: VK, en Granma

In Bolivia versterkt regering Morales positie

President Evo Morales aan de vooravond van het referendum te gast op receptie van de Cubaanse ambassade in La Paz. Links op de foto Danilo Sánchez Vázquez, minister councellor op de ambassade. Wij kennen Danilo uit de tijd dat hij twee Cubaanse vakbondsdelegaties naar Nederland leidde, begin negentiger jaren. De mondiale machtsverhoudingen veranderen lanzaam maar zeker ten gunste van de progressieve krachten, maar de strijd is nog langniet gestreden. (foto D.S.V.)


Op 10 augustus heeft de Boliviaanse regering, met aan het hoofd president Evo Morales, een referendum gehouden onder de bevolking. Inzet was de politiek van de regering om belangrijke delen van de economie, zoals de gasvoorraden en delfstoffen, te nationaliseren en met de opbrengsten het levenspeil van de bevolking te verbeteren.

In het referendum werden tevens de mandaten van de gekozen provinciale prefecten, van wie de meerderheid oppositie voert tegen de regering en autonomie of zelfs afscheiding van Bolivia bepleiten, aan de bevolking voorgelegd.

Meer electorale steun, minder prefecten in oppositie

Met de uitslag van het referendum, dat - ook volgens buitenlandse waarnemers - rustig en efficiënt is verlopen, is de positie van de regering versterkt. De steun voor Morales onder de bevolking is vergroot. Haalde in 2005 de partij van Morales 53,7 procent van de stemmen, in het referendum gaf bijna 65 procent van de stemmers steun aan de president. Het referendum wees echter ook uit dat de prefecten van de 'opstandige provincies' waar de gasvoorraden worden gevonden, Santa Cruz, Tarija, Pando, Chuquisaca en Beni, op hun post mogen blijven. Voor de oppositionele prefecten van twee belangrijke provincies La Paz en Cochabamba liep het referendum slechter af. Beiden haalden slechts 40 procent van de stemmen. De prefect van La Paz accepteerde de uitslag en zal worden vervangen. Manfred Reyes, de prefect van Cochabamba echter, liet aanvankelijk weten op zijn post te blijven, maar na enkele dagen maakte ook hij zijn aftreden bekend. Beiden zullen worden vervangen door een te benoemen prefect. Hiermee versterkt de regering de greep op het landsbestuur, dat ernstig was verzwakt met de invoering door de voorgaande regering van de 'gekozen prefect'.

Separatisme en geweld blijven gevaar

Hoewel de uitslag de regering Morales ondersteunt, zijn de problemen geenszins van de baan. Oppositiegroepen tegen de regering, die zich hebben verenigd in de 'Halve Maan-provincies' Santa Cruz, Tarija, Pando, Chuquisaca en Beni, hebben aangekondigd deze steun niet te erkennen. Zij blijven eisen dat de aardgasbaten alleen aan hun provincies en niet aan de staat ten goede komen. De burgemeester van Santa Cruz en de prefect van de gelijknamige provincie hebben herhaald om dat te bereiken te blijven ijveren voor afscheiding van Bolivia. In deze provincie Santa Cruz hebben zich in de aanloop naar het referendum ernstige incidenten voorgedaan. Zoals de aanval in het dorp San Ignacio op een post van Cubaanse gezondheidshulp aan Bolivia door een groep van de fascistische jeugdbeweging.

Het revolutionaire proces in Bolivia, waarin de rijkdommen van het land worden aangewend voor verbetering van de werkende en arme bevolking en niet van enkele heersende families, ontwikkelt zich verder. Bolivia blijft daarmee een voorbeeld van politieke, sociaaleconomische en culturele veranderingen die zich op het Latijns-Amerikaanse continent voltrekken.

Jan Ilsink

Manifest